Kort verhaal “Vuur”

Bijdrage aan schrijfwedstrijd WAK Enschede 2015

Verhaal 2: Hans Zwiers – Vuur

Op menig zolder staat een nooit uitgepakte verhuisdoos. In onze familie was dat een stevige houten kist met Middeleeuws beslag en een verdwenen sleutel. Generaties lang werd deze kist dapper verhuisd van zolder tot zolder. Omdat de bungalow waar we recent zijn gaan wonen geen zolder heeft werd het tijd om de kist uit te pakken. Naast wat familierelikwieën zoals een opgezette bunzing, wat gedroogde vleermuisvleugels, een hamer, wat lange stalen nagels en een muts die ooit rood geweest moet zijn was er het boek. Boordevol verhalen waarvan de oudste terugvoerden naar de duistere Middeleeuwen. Vooral mijn bet-bet-betovergrootvader Melchior bleek een goed verteller met een scherp oog voor de sociale misstanden van die tijd. Zijn verhalen hadden vandaag geschreven kunnen zijn

Neem nou de gebeurtenissen van 14 maart 1517. In die tijd was Lasunder den Olden burgemeester van Enschede. Een man met drie ogen, een voor drank, een voor vrouwen en een voor het geld van de inwoners. Zijn vrouw, Colette, die volgens de overlevering knap genoemd kan worden, was slank met heldere ogen in een ovaal gezicht dat schuil ging onder een knalrode, uitbundige haardos. Als dochter van een achterneef van de Bisschop van Munster was ze voorbestemd om te dienen als uithangbord van een politicus of zakenman. Helaas was ze niet alleen mooi maar had ze ook een goed verstand, een scherpe geest en een grote zucht naar avontuur.

Colette’s grootste passie was haar kleding, bij voorkeur uitbundig in felle kleuren en behangen met gouden gespen die, op hun beurt, weer uiteenspatten door het rijke gebruik van edelstenen. En laat nou net grootvader Melchior kleermaker zijn. Zijn grote schare klanten bevonden zich onder de beter bedeelden van Enschede en wijde omgeving.

Op zekere dag, het zal aan het einde van de winter geweest zijn, naderde Colette het atelier van grootvader Melchior dat vlak naast de Veldbrug lag, een van de twee bruggen over de Stadsgracht.

Het voorjaar komt er aan”, zei de roodharige, “en ik ben echt toe aan wat nieuws”. De begroeting in de gang zou menig voorbijganger een frons bezorgen maar Melchior had de dikke, eiken voordeur al degelijk gesloten.

Er zijn nieuwe stoffen die je nog mooier zullen maken dan je al bent”, zei hij terwijl ze door een zijdeur in de gang een kamer betraden die de meeste klanten nog nooit van binnen hadden gezien.

De kamer waarin Colette en Melchior verdwenen besloeg vrijwel de gehele diepte van het huis. Aan de straatkant waren geen ramen, achterin was een deur die leidde naar het pad langs de gracht, en langs de wanden lagen de stoffen op houten planken. Kleurig gerangschikt naar kleur, kwaliteit en prijs.

Om het de zeldzame bezoeksters gemakkelijk te maken werd een deel van de wand ingenomen door een ruime, comfortabele bank die geflankeerd werd door twee fraai gebeeldhouwde stoelen.

Kom, ga lekker zitten”, zei Melchior en wees daarbij op de bank. In een oogopslag vergewiste hij zich dat de toegangsdeur goed dicht was.

Het kantoor van burgemeester Lasunder lag aan de Oude Markt. Hij was de zoon van een rijke Rijssense boer die, ongeschikt voor boer of handwerksman, in de politiek was beland. Door goede relaties en slimme giften werd hij burgemeester van Enschede. Maar nu, terwijl zijn vrouw genoot van een bezoek aan haar kleermaker, was Lasunder boos, erg boos. “Waar voor den donder is Colette” bulderde hij tegen de twee klerken die zich in dezelfde ruimte ophielden. “Van deze brief begrijp ik geen bliksem. Hoe kan ze me hier nou mee alleen laten?“. Lasunder was geen lezer. De brief, afkomstig van de Bisschop van Utrecht, ging in niet mis te verstane woorden over geld voor versterkingen van de stad dat inmiddels was opgegaan aan wijn en feesten. Een korte maar hevige kuch van een klerk was de figuurlijke lont. Lasunder maaide, luid tierend, met zijn vetrijke armen over zijn bureau waarbij alle papieren als confetti door de ruimte dwarrelden en via de vlam van een van de twee kaarsen de gordijnen in de fik zetten.

Het nieuws dat brand in het kantoor van Lasunder druk bezig was om ook de rest van Enschede te veroveren bereikte al snel Melchior en Colette. Die samen via de achterdeur en de Veldbrug Enschede ontvluchtten. Ze zijn er nooit weer gezien. Wel hun nazaten want soms zie je, als je rustig vanaf een terrasje op de Oude Markt kijkt naar de voorbijgangers, een mooie vrouw, slank met heldere ogen in een ovaal gezicht dat schuil gaat onder een knalrode, uitbundige haardos.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *