Natuurlijktwente’s Blog Over De Schoonheid Van Ons Twentse Landschap

Essays over de natuurlijke schoonheid van het Twentse landschap.

De zegen van regen

Verhuizen is een ramp. Niet alleen werk je jezelf een klap in de rondte, bij het opknappen van een 40 jaar oude bungalow komt meer kijken. Veel meer. Zoals lekkende hemelwaterafvoeren, buitendeuren met speelgoedsluiting, ontluchting die rechtstreeks is aangesloten op de lege ruimten in het dak, zonweringen die knarsen als knekelhuizen en een tuin vol zevenblad.

Wie deze plant niet kent verwijs ik naar ‘onkruiden, onuitroeibare soorten’ , ongetwijfeld te vinden op de website van Intratuin. De andere kant van dit onkruid is overigens dat het eetbaar is, gedroogd naar peterselie smaakt en een ontstekingsremmende stof bezit. Maar dit terzijde.

De vijver van 5 kuub is een fijne plek geworden voor onze 30 goudvissen, we hebben in de najaarszomer van ieder zonnestraaltje kunnen genieten in de patio-tuin en  de cursussen ‘bridge’ en ‘muziek’ bieden uitzichten op nieuwe avonturen en ontmoetingen. En om dit laatste gaat het eigenlijk, om ontmoetingen en belevingen. Om de Ander, door de joodse filosoof Emanuel Levinas (1906-1995) steevast geschreven met een hoofdletter. Zijn meesterwerk, ‘Het menselijk gelaat’, was verplichte kost tijdens mijn studie pedagodie. En dat zou het ook best eens kunnen zijn voor de hedendaagse demagogen en hun slaafse volgelingen die de ‘ander’ het licht in de ogen niet gunnen en het liefst alle niet blonde en niet blauwogige soortgenoten zonder water in de woestijn zien verrekken.

Deze ultra domme kijk is helaas van alle tijden. Ter illustratie een voorbeeld, opgedaan tijdens een college filosofie.

Hypatia was een uiterst intelligente Griekse wiskundige en filosofe die op grond van haar intelligente en vooruitstrevende ideeën door een menigte Christenen op gruwelijke wijze werd vermoord in 415 in Alexandrië. Het bezit van kennis en het stellen van moeilijke vragen was ook toen al een garantie voor uitsluiting uit de groep, in dit geval zelfs voor moord. De Ander niet zien als een deel van jezelf maar als afgescheidene leidt in veel gevallen tot vooroordelen met alle ellende die daarbij hoort.

Terug naar de ramp, onze hoogstpersoonlijke verhuisramp die dwingt tot nieuwe houdingen (wààr is mijn zolder!), nieuwe contacten (80-jarige overbuuf met meer levenslust dan menige puber) en nieuwe vormen van dagbestedingen. Zoals daar was een midweekje Saarburg (http://nl.wikipedia.org/wiki/Saarburg). Het is een toeristisch stadje nabij Triër met aan de ene kant de Saar en aan de andere kant de Warsberg, 350 meter hoog en op de top voorzien van comfortabele vakantiehuisjes een overdekt zwembad en een redelijk restaurant. Kortom een plek waar je, hoog boven het stadje en de wijngaarden, beslommeringen al snel vergeet.Het was er warm, mooi en rustig.

Alleen het uitzicht. Het was al herfst en  vooral ‘s morgens hingen er dikke wolken in de dalen. Natuurlijk, de lucht boven ons was er stralend blauw en de temperatuur zeer aangenaam maar voor een ontmoeting, voor de Ander zijn er vanaf zo’n hoge plek al gauw beperkingen, in dit geval de laaghangende wolken. Demagogen, dictators, fanatici en leidinggevenden tref je nogal eens aan op dit hoge nivo, de blik omhoog gericht en onwetend van wat er beneden, in het dal waar de mensen wonen, gebeurt. Maar die mensen hoeven dat natuurlijk ook niet te weten.

Voor ons is een hoge berg is een tijdelijke rustplek. Waarvan je afdaalt, zoals de Griekse goden van de Olympus, om met medemensen te verkeren, ze te ontmoeten. En de beste omstandigheden zijn er als het regent zoals vandaag, de hele dag aan één stuk door. Dan blijf je knus thuis en is er alle tijd voor een goed gesprek, voor echte ontmoetingen. Wàt een zegen.

Blikseminslag

De snelheid van de tijd is zoiets als een blikseminslag waarvan ik vanmorgen de gevolgen zag op het Twentse platteland. In Sint Isidorushoeve om precies te zijn. In het dak van een monumentale boerderij had de stroomstoot een deel van de pannen verwijderd en wapperde er vrolijk een grote oranje plastic lap. Zo kijk je rustig TV en zo is je dak er af. Wat hebben wij, als kleine mensjes, eigenlijk weinig te vertellen, denk je dan. Het is een wat fatalistische visie die niet veel speelruimte toelaat. Persoonlijk ben ik geen aanhanger van deze zienswijze. Het dak van de boerderij, die zelf gelukkig niet in vlammen is opgegaan, zal vast wel weer worden gerepareerd, de zon zal morgen volgens de weerberichten wel weer gaan schijnen en iedereen is ongedeerd.

Vooral dat laatste is belangrijk. Leven komt op de eerste plaats. Zaken als bling-bling, dingen, status, geld en macht, voor zover ze sowieso belangrijk zijn, komen ver daar achteraan.

De bijeenkomst waarvoor ik vanmorgen in ‘de Hoeve’ was ging over het onderwijs en over de plaatsen waar dat in ons land wordt gegeven, de scholen. Scholen zijn plekken waar mensen centraal staan. Het zijn plekken waar gestudeerde mensen hun kennis uitwisselen, doorgeven aan nieuwe generaties. Belangrijke plaatsen waar soms ook even de bliksem, figuurlijk, inslaat. Minder geld, uitstroom van grijze golfers (of is het golvers), toename van niet lesgebonden taken, invloed van sociale netwerken, veranderende moraal en wat al niet meer.

In Portugal, één van de armste Europese landen ziet de wereld er heel anders uit. Er moet bezuinigd worden maar wie het toeristische strand achter zich laat en in de kleine achterafstraatjes op onderzoek uitgaat vraagt zich af hoe je van niks minder niks kunt maken. Moet je dan zeggen dat het in Portugal minder dan niks is? Nee! Integendeel zelfs, caissières zitten trots en zelfbewust achter hun kassa in de supermarkt, zijn vriendelijk, voorkomend en hulpvaardig. In restaurant koop je voor vijfenveertig cent een prima biertje, de vers gemaakte pizza van nog geen vier euro is rijk belegd en smakelijk en voor je het weet zij de lege borden van je tafel gehaald, ook al hoor je ze zelf weg te brengen. Het klapstuk, ook al hebben we er maar een deel van gezien, was de demonstratie van de vrijwillige brandweer op zondagmiddag in de hoofdstraat.

Toegegeven, in de recente historie van ons continent zijn deze termen ook gebruikt om het laagste in de mensen omhoog te halen. En dat gebeurt helaas nog steeds.Gelukkig zijn er veel mensen, in het onderwijs en in veel andere beroepen, die er blij van worden als ze anderen gelukkig maken. Met kennis, medische hulp, veiligheid of dienstverlening. Zonder medailles maar met een goed gevoel. We noemen ze tegenwoordig bevlogen werknemers. Voor hen is deze blog.

Ambassadeur eekhoorn

Tijdens een discussie op LnkedIn gisteren werd ik er aan herinnerd hoe de natuur tijdens mijn leven is veranderd. In mijn vroege jeugd kon je nog onbekommerd zwemmen in de IJssel en zetten de boeren, vóórdat ze het gras gingen maaien,  stokken rond de nesten van weidevogels. Het was de tijd waarin alles met alles samenhing. Het verspreiden van stronthopen van koeien met een greep leverde inzichten op in mierennesten die zich er onder hadden genesteld. Vissen leverde altijd wel een stoofpotje paling op en kievitseieren nam je mee naar school voor aanschouwelijk biologie onderwijs.

In de zestiger jaren begon de rivier te stinken en in 1986, om precies te zijn op 1 november, kwamen er bij een brand bij het Zwitserse bedrijf Sandoz tonnen pesticiden in de Rijn en dus in de IJssel terecht. Resultaat duizenden dode vissen.

Natuurbescherming organisaties roken hun kans, grepen de macht en nu hebben we de wereld verdeeld in natuur en niet-natuur. Zo ontdekte ik gisteren tijdens een expeditie dat het Hünfelder Moor, het Duitse deel van het Aamsveen, van de buitenwereld wordt afgesloten.  Met dank aan en subsidie van de Europese Commissie. Dat wordt dus illegaal fotograferen.In de huidige tijd is de natuur een item. Niet langer een geïntegreerd onderdeel van ons dagelijks leven maar iets op dat op zichzelf staat. Een soort religie dus. Maar zoals alle religies, godsdiensten en sektes is dit beeld per definitie een reductie van de werkelijkheid. Op de schouders staand van grote, eigen wijze mannen als Copernicus, Galilei en Darwin denk ik dat de natuur onverslaanbaar is.  Eén jaar geen onkruid wieden en je kent je tuintje echt niet terug. De IJssel zit weer boordevol vis en de eekhoorn, want daarover ging dit verhaal, prijkt op Funda. Tussen de 300 violen die ik pootte om het huis met wat natuur voor de verkoop op te pimpen. Hij is onze vaste gast die snoept uit de pot pindakaas en lebbert uit de vijver. Ik zal hem missen.

Snottebellen

In mijn jeugd heetten ze snottebellen, de bloeiende katjes van de hazelaar. Je plukte ze, stopte ze in je neus en liep zo als ‘vies’ kind door de buurt. Terugkijkend snap ik nu de grap er nog steeds niet van. Toch deden we er allemaal aan mee, een vorm van baldadig gedrag dat misschien werd ingegeven door het feit dat de winter op zijn laatste benen liep en het voorjaar in aantocht was.

Het voorjaar waarin je weer kon gaan vissen in de rivier, de sloten en de kolken. Het liefst op paling die toen nog volop aanwezig was. De lokale rokerij was een frequent afnemer en sponsorde zo je zakgeld. Dat de toenmalige vangst methoden in de huidige tijden tot gefronste wenkbrauwen en torenhoge boetes zouden leiden kon toen niemand vermoeden.

Eigenaardig eigenlijk dat we met z’n allen in pakweg een halve eeuw de natuur die ooit prima was naar de kloten hebben geholpen en nu kostbare pogingen moeten doen om dat wat we nog over hebben een beetje netjes te bewaren voor onze kleinkinderen. Iets waar zelfs machthebbers niet veel brood maar wel veel geld in zien.

Voltaire (1694-1778) was een Frans schrijver, essayist en filosoof. In zijn geschrift Essai sur les Moeurs komt hij tot de conclusie dat de geschiedenis een lange reeks van misdaden en ellende is. Kijk ik terug naar de tijd dat in iedere sloot in de uiterwaarden kamsalamanders woonden, de rivieren vol vis en paling zaten en boven de graanvelden leeuweriken hun hoogste lied zongen dan kan ik weinig meer doen dan het volmondig met hem eens zijn.

Over de ruil van natuur voor geld en glamour kan ik maar op één manier reageren, een snottebel in m’n neus.

De kunst van het kiezen

Omdat we maar één kaart voor de bibliotheek hadden kwam een huiselijke zoektocht nogal eens voor. Portemonnees, pasjesmapjes, rommelladen en zelfs de vakantietoilettas werden uitgepakt, op de kop gehouden en uitgeplozen op zoek naar dit witte kleinood. Het onderwerp zelf is een eenvoudig wit pasje met daarop de naam en een streepjescode. Een simpel ding maar soms o zo nodig, dat pasje.

Misschien kwam het door de vakantieweek en waren we dus extra uitgeslapen. Of kwam er een plotselinge brainwave voorbij. Hoe dan ook, we bedachten dat je zo’n simpel pasje natuurlijk ook gewoon kunt kopiëren. Beetje kaftplastic er om heen en hoepla, er zijn plotseling twee pasjes. De scanner in de bibliotheek zag vanmiddag geen verschil. Het boek van Tim Harford, ‘Waarom we doen wat we doen’, dat ik op deze min of meer illegale manier leende blijkt zeer lezenswaard. Harford is een bekend columnist en econoom. Hij is een aanhanger van de rationele keuzetheorie, een economische stroming die inmiddels ook door andere wetenschappen, zoals de psychologie, wordt omarmd. Het boek leest als een speer, het onderwerp van keuzes maken boeit al sinds ik Jean Paul Sartre las, ‘de mens kan niet niet kiezen’. Maar of we dat kiezen nou zo bewust doen zoals Harford ons wil laten geloven?

Bij de ingang van vakantiehotel was een wachthuisje en een slagboom. De slagboom werd handmatig bediend door een man in uniform. De hele dag reden er bussen en taxi’s af en aan. Vanaf een bankje heb ik een tijdje naar hem zitten kijken. Op de één of andere manier moet hij geweten hebben voor wie hij de slagboom moest openen. Ik heb hem niemand zien weigeren. Toch ga ik er van uit dat hij een beredeneerde keuze maakte alvorens de boom omhoog te duwen. Zou hij alle taxichauffeurs van gezicht kennen en ook alle buschauffeurs en alle gasten? Want ook de parkeerplaatsen waren aan de binnenkant.

Kiezen is een apart onderdeel van natuurlijk gedrag. Want niet alleen mensen kiezen, ook dieren maken regelmatig keuzes. Kijk ik alleen maar rond in onze tuin dan zie ik tientallen vogels keuzes maken tussen vetbollen en broodkruimels. Anderen kiezen er voor om de tuin om te spitten op zoek naar wormen of tussen de eikenschors op zoek te gaan naar insecten. Sommigen kiezen er voor om niet bij ons te eten maar bij de buren. Bewuste keuzes?

In de cognitieve psychologie wordt er van uitgegaan dat we weliswaar niets kunnen doen aan onze omstandigheden, maar wel aan onze perceptie van en onze reactie op die omstandigheden. Er valt dus wel zeker iets te kiezen. Dit schrijvend voel ik me net een klein kind in een snoepwinkel. Wordt het een dropveter, toverballen, spekjes, tum-tum, zwart-wit of toch die dropveter? Leven is kiezen, kiezen is leuk, leven is leuk. Niet altijd eenvoudig maar wel altijd boeiend.

De leegheid van het paradijs

Het terras geeft uitzicht op een wandelboulevard. Daarachter is de zee. Je hoort de golven beuken op de grote brokken lava en de rotsen. Er is geen zandstrand.  De palmen op het gazon bewegen heftig in de wind. Het is een wispelturige wind die uit alle windstreken tegelijkertijd schijnt te komen, verrassend in richting maar ook in kracht. Boven de zee surfen wat meeuwen op de wind. De voorbijgangers bestaan uit jonge joggers, slenterende vakantiegangers en zo nu en dan een fietser. Vanaf de boulevard is er een ingang naar het hotel. Er staat een wachthuisje, een hokje van twee bij twee. De bewaker ziet er stoer uit en draagt een grote zonnebril. Hij is vriendelijk.

Aan de andere kant van het appartement zijn de zwembaden waar omheen strandstoelen, veel strandstoelen. Sommige gasten claimen hun strandstoel al vroeg, ook al zijn er meer dan genoeg voor iedereen. Ze leggen hun handdoek keurig op een stoel zodat ze nà het ontbijt kunnen beschikken over hun favoriete ligplek. Het grootste deel van de zonliggers ziet er onverzorgd uit, rimpelig, bruin, dik en oud. Mannen torsen reusachtige buiken, vrouwen hebben vet verdeeld over heel hun lichaam. Als ze lopen komen ze maar moeizaam vooruit. Misschien is het wel daarom dat ze het liefst liggen. Sommigen doen denken aan zeerobben zoals je ze wel ziet in natuurdocumentaires, zij aan zij op het strand van een eiland. Misschien liggen ze er ook wel omdat hier verder niets te doen is. Slapen, opstaan, ontbijten, liggen, lunchen, liggen, dineren, drinken, slapen, opstaan… Leven als Adam en Eva in het paradijs.

In de Telegraaf van zaterdag stond een prachtige column van Leon de Winter over de behoudzucht van de islam versus de onderzoekende, buiten de gebaande paden op zoek gaande joods-christelijke cultuur. Socrates, Da Vinci, Copernicus, Newton en Einstein zijn maar een paar voorbeelden van grote geesten die onze wereld verrijkt hebben met nieuwe, frisse inzichten. Zonder hen, en vele, vele anderen, zou ik hier geen nieuwe ervaringen opgedaan hebben, zou ik niet in de schaduw van een palmboom aan dit blog kunnen schrijven en zouden mijn lief en ik zaterdag geen bustocht over dit woeste eiland gemaakt hebben.

Het doel van het leven is voor mij niet het paradijs, maar juist de onderzoekingstocht buiten het paradijs. Ik kan het verhaal dan ook bijna niet geloven dat Adam en Eva het paradijs zijn uitgejaagd, ze hebben gewoon een manier gevonden om te ontsnappen aan de sleur van het verzorgd worden. Ze hebben gekozen voor de vrijheid, de verantwoordelijkheid en het leven. Ik verheug me er nu al op dat dit weekje paradijs straks deel zal uitmaken van mijn herinneringen.

 
 

Verdronken molen

Nou ja, verdronken? Ok, bijna verdronken dan met het water tot aan de as van het schoepenrad. Zou deze molen, gebouwd in 1619 en thans verheven tot monument, zo’n ramp al eens eerder hebben meegemaakt? Ongetwijfeld, als je bijna 400 jaar het water van de Alstätter Aa voor je laat werken zul je vast eerder natte problemen het hoofd hebben moeten bieden. Voor veel van de bezoekers die met hun auto richting Galgenbult reden was dit fenomeen vast de eerste keer, ze passeerden de brug stapvoets om te zien dat het water rechts bijna even hoog stond als links. Probleem, hoe fotografeer je  een overstroming?

Een zoektocht door het bos naar de brug naar de overkant liep uit op… water. Zoek, zoek en ja hoor, daar ergens in de verte kolkte het water plotseling. Daar ergens zou de brug moeten zijn, volledig overstroomd. Benieuwd of hij de druk van deze watermassa kan volhouden.

Ramptoerisme bij een beek

Zelfs een zichzelf integere schrijver en fotograaf noemende mens ontkomt niet aan de vele rampen die ons omringen. Dus gewapend met camera vandaag als een echte ramptoerist een kijkje genomen bij de Buurserbeek. Auto’s alom bij de brug bij de Pannenkoekenboerderij, fotograferende toeristen maar ook jonge locals die in hun prille leven dit watergeweld nog niet waren tegengekomen.

Twee mannen van het waterschap kwamen en één van hen controleerde de bijna ondergelopen peilstok in de beek. “Gestegen?”, naar mijn idee stond het water hoger dan gisteren. “Vijftien centimeter, maar het stijgt nu niet verder”. “Hoe is het bij het Haaksbergerveen?”, ik dacht aan de boerin bij wie gisteren de vissen in de wei zwommen. “Het water is er weg”, zei de andere man in onvervalst Twents, “opgeruimd is ‘t”. Ze stapten in en verdwenen naar het volgende controlepunt.

De eenzame peilstok, dapper standhoudend te midden van het kolkende water, vroeg er om gefotografeerd te worden.

Evenals de andere kant van de brug, stroomopwaarts.Waar de camping op de linker oever al voor een deel geëvacueerd was. Tijdens mijn tocht naar de Haarmühle zag ik hoe pasgebouwde zomer huisjes met hun fundering in het snel stromende water stonden, een deel van het fietspad was onbegaanbaar maar de weg gelukkig nog steeds droog.

Tuinkikker

Al even geleden, maar niet minder interessant (volgens mij), de bruine kikker in onze tuin. Onze vijver, ooit met 7 goudvissen dik bevolkt, vult zich op natuurlijke wijze met leven. Twee jaar geleden wemelde het dan ook van de kleine goudvisjes die, groot geworden tussen het fonteinkruid en opgegroeid onder de beschutting van de waterlelie bladen, een gouden toekomst voor zich zagen. Helaas bleven er na de eerste winter minder over en nu tellen we er nog zo’n kleine twintig. Sommigen nog zwart anderen al trots in hun oranje beschubbing.

Te samen met wat kikkers, ieder jaar één groene en een aantal bruine. Van de laatste soort had er zich één verschanst achter de groene afvalbak. Een bak die zo nu en dan wel aan de weg moet om geleegd te worden. Geen probleem voor kikker die, eenmaal verstoord, het gras opzocht en zich daar, als een echte diva, liet fotograferen.

Golven op Twickel

Rond Delden ligt het landgoed Twickel met een voor vliegvissers ultieme beek, de Hagmolenbeek. Een beek te midden van de natuur waar alleen locals hun honden uitlaten en een eenzame ruiter geniet van paard en uitzicht. Recentelijk is een deel van de beek opgeofferd aan de drang om steeds meer natuur te maken. Van de beek was toen, na voltooiing, slechts een schamel stroompje over met net genoeg ruimte voor één kikker of een magere salamander. Van vissen dan ook geen spoor meer. Een deel van de beek is omgelegd door het natuurgebied en dus voor vissers verloren. Toch vandaag even een kijkje genomen om te zien hoe de regen zich er heeft gedragen. De vistrap, waarover normaliter het water in kleine stroompjes zijn weg vind, veroorzaakte nu een kolkende stroom.

Met enige fantasie zag ik zalmen zich springend een weg zoeken, stroomop, om te paren. Helaas zal dit daar nooit gebeuren, de beek stort zich via een metershoge waterval in het Twentekanaal. Een barrière die zelfs door de dapperste zalm of forel niet genomen kan worden. Wat niet wegneemt dat het watergeweld spectaculair was en dus fotogeniek.

Pootjebaden voor koeien

De Hegebeek stroomt langs het Buurserzand en passeert de Oude Enschedesestraat. Hier stonden enkele weilanden compleet onder water. Het deed me denken aan de uiterwaarden die ook ieder jaar bedekt waren door het IJsselwater. Alleen werden daar al snel de koeien uit de wei gehaald. Hier is zo’n overstroming schijnbaar zo zeldzaam dat deze boer vergeten is z’n koeien op het droge te brengen. Hij zal z’n schaapjes er vast al wel hebben.

Water, water en water

Vanmorgen na een bezoek aan Duitsland terug via het Haaksbergerveen waar veel weilanden blank stonden door de regen van de afgelopen dagen. Een boerin die ik ontmoette was woedend, door de hoge waterstand in het hoogveen was ook het omringende land veranderd in een groot meer. “De vissen zwemmen in de wei”, aldus de boerin. En daar leek het ook verdacht veel op. Snel naar huis, camera opgehaald voor een tocht langs de Twentse beken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.